,,Ik ben zeker geïnteresseerd in religie. Moeite heb ik met atheïsten die het allemaal zo zeker weten. Maar ook voel ik weinig sympathie voor rabiate gelovigen. Dat zijn twee kanten van dezelfde medaille. Ik neig zelf meer naar het agnosticisme: ik weet niet of er een God is en als die er zou zijn, weet ik niet hoe ik me hem of haar voor zou moeten stellen."
,,Aan de andere kant: als ik om me heen kijk zie een wereld die onmogelijk alleen door toevalligheid tot stand kan zijn gekomen. Er worden nog geregeld wetmatigheden ontdekt, die wonderbaarlijk genoeg gelden voor kleine deeltjes èn grotere gehelen. Je zit dan al dicht bij het idee van een schepping. Maar de volgende stap maak ik niet: dat er een Schepper zou zijn. Wat ik zie en ervaar in deze wereld, is voor mij genoeg. Er is veel om je over te verbazen. Ik hoef dat niet te extrapoleren tot een systeem of tot Schepper. Tegelijk zou het
raar zijn als je die vragen naar het waarom van de dingen niet zou stellen."
Zie voor de volledige tekst in het Menu onder 'Interviews literatuur'
Over christelijke literatuur aan het begin van de eenentwintigste eeuw.
Zinloze dans der atomen
,,Als God dood is, is het zinloos onszelf aan te praten dat er een zin overblijft. De onverschillige ledigheid slorpt ons op en vernietigt ons. Niets van ons leven en onze inspanning bestaat voort. Geen spoor van ons blijft over in de zinloze dans der atomen. Het heelal wil niets, streeft nergens naar draagt nergens zorg voor en beloont noch straft. Wie zegt dat God niet bestaat, maar dat het desondanks een vrolijke boel blijft, liegt zichzelf voor.”
Leszek Kolakowski, Pools filosoof in zijn boek Over het alledaagse leven (2000)
Kompasnaald
"Wanneer de ambitie ons de raad geeft ons te verheffen boven de eenvoudige morele principes die de armen van geest in acht nemen, in plaats van deze tot de kompasnaald te midden van het veranderlijke te maken - dan gaat het enige wat onze waanzin en fouten kan loskopen, zijn vernietiging tegemoet - de liefde."
Czeslaw Milosz in zijn boek Geboortegrond (oorspr. 1959; Ned. vertaling 1982).
***
Verrijzenis?
,,Een predikant die op de, altijd wat honend gestelde, vraag ‘of hij nu echt gelooft dat Jezus na zijn dood is verrezen’ een beetje besmuikt zegt dat we dat niet letterlijk moeten opvatten - die heeft klaarblijkelijk geen brandend verlangen naar de Verrijzenis; of laat ik zeggen: hij kan het stellen zonder.”
Willem Jan Otten, in zijn boek Waarom komt u ons hinderen. (Van Oorschot, 2006)